Maandag 27 mei was een relatief rustige dag, de gevechten vonden plaats buiten Eeklo. In het mortuarium van de kliniek lagen op dit moment heel wat slachtoffers van de laatste dagen. De Duitsers hadden het stadhuis reeds bezet, en daar besloot men in samenspraak met Van Zandycke - het enige lid van het gemeentebestuur dat in Eeklo was gebleven - enkele mannen op te vorderen om de doden te helpen begraven. Van Zandycke trok toen de straat op om iemand met deze taak te gelasten. Op de Markt gekomen, deelde hij toen aan politiebrigadier Edmond Pynckels mee dat de politie haar dienst moest hernemen op bevel van de Duitsers. Toen Pynckels bezwaar maakte en antwoordde dat hij bezwaarlijk in burger dienst kon hervatten, gaf Van Zandycke hem een in het Duits met potlood geschreven toelatingsbevel, ondertekend door ene Mosscher. Hij toonde hem eveneens dergelijk document van de Duitsers dat hem toeliet de dienst van burgemeester uit te oefenen.

Daarop kreeg Pynckels de opdracht om de lijken te laten begraven en ging hij enkele mannen halen die zich in de kelder bij de paters Minderbroeders hadden verscholen. Toen deze de Markt opkwamen, stonden ze oog in oog met enkele dronken en woedende Duitse soldaten. De arbeiders werden met de handen omhoog in de richting van de Kerkstraat gedreven. Uit schrik zetten de mannen het op een lopen en drie van hen werden door de Duitsers neergeschoten, de andere twee wisten te vluchten . Eugeen Reychler was toen eveneens aanwezig op het stadhuis en dreigde dan nadien Cyriel Poppe neer te schieten, toen deze weigerde de drie doden te helpen begraven. Van Zandycke moest tussenkomen om zijn schoonbroer te bedaren.

 

De drie personen , doodgeschoten door de Duitsers.

 

Edgard Werrebroeck.

 

August Cnudde.

Alfons Kindts.

Arthur Van Zandycke , werd later aangesteld door de Duitse bezetter als Burgermeester van Eeklo.

Unteroff. Erich Buder.

Kwam om het leven op 27.05.1940 in het munitiedepot - het leen te Eeklo.

Buder zijn veldgraf in het Leen.

Ondertussen aan het front worden de Duitse troepen afgeremd maar niet gestopt door artilleriespervuur van de Belgen. Voor Maldegem worden vier achtereenvolgende stormlopen afgeslagen. Het 1ste bat. van de 7de Jagers te Voet word 's morgens gevangen genomen wegens munitiegebrek , bij het 1ste regiment Carabiniers is het niet veel beter gesteld met de munitie . Verschillende batterijen van de artillerie zijn reeds bij gebrek aan granaten stil gevallen.

Het 22ste en 29ste linie moeten in de streek van Ursel terein prijsgeven terwijl het 2de linie , dat praktisch tot een batalion herleid is, teruggedreven word tot aan de stellingen van het 14de linie.

Rond 09.50u is de oorlogsbrug klaar aan de Langestraat (Oostwinkel) en daar begint massaal de aanvoer van Duitse manschappen en zwaar materiaal.

Nog éénmaal brengt de Belgische artillerie de Duitse opmars tot staan, twee batalions van het 309ste regiment worden tot staan gebracht door het spervuur voor Ursel.

Regimentskommandeur Raegener gaat persoonlijk op verkenning uit en ontdekt het gevreesde Belgische geschut, teruggekomen bij zijn troepen besluit hij om tot een stormaanval over te gaan. Alle beschikbare manschappen worden verzamelt, infanteristen, pioniers, wielrijders, zelfs leden van de Regimentsstaf worden in de strijd geworpen.

De stormaanval slaagt volkomen, de buit is groot. 3 zware en 5 lichte batterijen en ook de wagens en trekkers van het geschut met bijhorende munitie en bedieningsploegen vallen in de handen van de Duitsers. Meer dan 500 krijgsgevangenen worden gemaakt.

Unteroffizier Hermann Ritter von Ingram kreeg voor de dapperheid en voor deze stormaanval van de 4de Kompanie van het 309de Infanterieregiment het Ridderkruis.

 

 

In de bossen tussen Ursel en Knesselare, Belgische soldaten geven zich over.

In totaal sneuvelden 15 Duitse soldaten bij de gevechten rond Ursel, hoeveel gewonden en vermisten er waren is niet bekend. Sommige werden op het kerhof van Ursel begraven, andere waar ze gesneuveld waren.

Paul Glasmann was één van de gesneuvelde.

Bij de verdediging van de Veldstraat vielen verschillende Belgen.

Luitenant Raymond L.G. Hugue, 10de comp. 29ste linie.

Luitenant René J.F.J.A. Minguet, staf III, 29ste linie.

Korporaal Nicolas Van Wijngaerden, 11ste comp. 29ste linie.

Soldaat Gustaaf Moldenaars, 9de comp. 29ste linie.

Soldaat Constant A. De Breucker, stafcomp. 29ste linie.

Soldaat Rogerius F.R. Levis.

Soldaat Ferdinand A.M. Maes.

Korporaal Nicolas Van Wijngaerden, 11ste comp. 29ste linie.

Geboren te Leuven op 07.10.1914.

101/82494.

Sneuvelde in de Veldstraat rond 8u aan de gevolgen van een verwonding van een mitrailleurkogel.

Ook aan de Brugstraat vielen verschillende slachtoffers:

 

Verleye André August.

Geboren te Meigem op 10.09.1913. Gesneuveld te Ursel op 26.05.1940.

Wachtmeester 13de artillerie.

163/14183.

Men vond hem half verborgen in een "abri" met een gapende wond aan het hoofd en een zware verwonding in de borst. Hij had nog zijn rozenkrans en een kerkboekje bij zich.

Peeters Richard.

Geboren te Schaffen op 24.11.1895. Gesneuveld te Ursel op 27.05.1940 in de Brugstraat.

Kapitein-Kommandant 13de comp. 29ste linie.

 

Wilbors Peter Alfons.

Geboren te Balen op 14.04.1910. Gesneuveld te Ursel op 27.05.1940 in de Brugstraat.

1ste Sergeant 13de comp. C47 T13, 29ste linie.

111/ 80346

Lodewijk Jorissen.

Geboren te Vliermaalroot op 01.02.1913. Gesneuveld te Ursel op 27.05.1940 in de Brugstraat.

Sergeant 4de comp. 29ste linie.

112/82986.

 

Fernand J. Abeels.

Geboren te Mechelen op 27.10.1913. Gesneuveld te Ursel op 27.05.1940 in de Brugstraat.

Soldaat 4de comp. 29ste linie.

112/82959.

Tijdens de middag zet de 208ste Duitse divisie in de nabijheid van Knesselare een hoofdinval in , voorafgegaan door een rij krijgsgevangenen van het 20ste linie en gesteund door de Luftwaffe herneemt het 338ste infanterie regiment de aanval en infilteren enkele kleine groepen tot aan het klooster.

Maar de aanval word afgeslagen en de Belgen zetten een tegenaanval in,met succes. In totaal worden 118 Duitsers gevangen genomen en velen werden gedood , waaronder een majoor van het 1ste bat. van het 338ste infanterie. Eveneens werden talrijke Belgische krijgsgevanenen bevrijd die het beu waren als buffer tussen de tegenstanders te moeten dienen.

Maar de Belgische troepen zijn echter uitgeput en voedsel en munitie laten opzich wachten.Na 21u komt er een nieuw order tot terugtocht.

De Belgische militairen die aan de tegenaanval hadden meegedaan in Knesselare mochten op hun herinneringsmedaille de bar KNESSELARE dragen.

Gesneuvelde Duitse soldaten aan de kerk van Ursel.

Let op de kogelinslagen op de muur van de kerk.

Belgische krijgsgevangenen aan de kerk van Ursel.

 

Beschadigingen aan de kerk van Ursel.

(Verz. A. Vandewalle).

Duitse soldaten aan de kerk van Ursel .

Copyright @ All Rights Reserved